Er is maar één juist antwoord. 😳Zie de eerste opmerking.

Stap voor stap

We beginnen daarom met vermenigvuldigen en delen:

3 × 3 = 9
3 ÷ 3 = 1

De uitdrukking wordt:

9 − 1 + 3

Vervolgens berekenen we van links naar rechts:

9 − 1 = 8
8 + 3 = 11

Eindresultaat: 11

Waarom zoveel fouten?

Veel mensen maken deze klassieke fout:

Tel gewoon van links naar rechts, zonder rekening te houden met prioriteiten.

Bijvoorbeeld:
3 × 3 = 9
9 − 3 = 6
6 ÷ 3 = 2
2 + 3 = 5 (onjuist)

Deze snelle reflex is precies de valstrik!