De begrafenis voelde als een droom waaruit ik niet wakker kon worden.
Mensen kwamen, spraken zachtjes, omhelsden me en vertelden me hoe sterk ik was. Ik herinner me er het meeste niet van. Mijn benen hielden me nauwelijks overeind terwijl ik daar stond, starend naar zijn foto bij het altaar.
Hij zag er hetzelfde uit als altijd.
Vriendelijk.
Teder.
De mijne.
Maar weg.