Deel twee: De miljardair deed alsof hij sliep om de nieuwe huishoudster te testen… Maar wat ze deed, liet hem sprakeloos achter.

DEEL 2:
Het gelach duurde slechts drie seconden.
Zoet.
Helder.
Onmogelijk.
Toen viel het landhuis weer stil, opgeslokt door donder en duisternis.
Niemand bewoog zich in de keuken.
Een steelpan siste op het fornuis. De regen kletterde tegen de hoge ramen. Ergens in de muren klikte het alarmsysteem hulpeloos, tevergeefs proberend het licht terug te brengen.
Elena stond onderaan de diensttrap, één hand op de houten leuning, haar hart bonzend zo hard dat ze het in haar vingertoppen voelde.
Mevrouw Herrera greep haar pols.
“Ga niet naar boven.”
Elena draaide zich langzaam om. “U hebt het ook gehoord.” De greep van
de oudere vrouw verstevigde.
“Ik zei toch dat je niet naar boven moest gaan.”
Maar de angst had de gezichten van de bedienden al getekend. Twee dienstmeisjes sloegen een kruis. De jonge tuinman, doorweekt na het naar binnen brengen van het tuinmeubilair, mompelde: “Daar gaan we weer.” “
Weer.
” Dat ene woord deed Elena tot op het bot rillen.
“Wat bedoelt u?” vroeg ze.
De ogen van mevrouw Herrera lichtten op. “Niets.”
Maar de leugen was te snel.
Er klonk weer een geluid van boven.
Metaalachtig.
Delicaat.
Een speeldoos, die de ene gebroken noot na de andere speelde.
Toen, opnieuw, gelach.
Deze keer gevolgd door een gefluister.
“Papa…”
Het woord zweefde als een spook door het landhuis en streek langs elke muur.
Elena hield haar adem in.
Mevrouw Herrera’s gezicht vertrok van schrik.
Van boven galmde Rodrigo’s stem.
“Wie is daar?”
Zijn voetstappen galmden met bliksemse snelheid de tweede verdieping op.
Elena wurmde zich los uit de greep van mevrouw Herrera en rende weg.
“Elena!” siste de oude vrouw.
Maar Elena beklom al de donkere trap, haar schoenen geruisloos op het tapijt. Een flits van licht drong door de ramen en verlichtte even de zilveren gang.
Aan het einde stond Rodrigo.
Op blote voeten.
Nog steeds gekleed in zijn witte overhemd en donkere broek.
Eén hand leunde tegen de muur.
De andere hield een zware messing sleutel vast.
Hij staarde naar de gesloten slaapkamerdeur alsof die tot leven was gekomen.
Binnen speelde de speeldoos.
Langzaam.
Onregelmatig.
Muziek zo vertrouwd dat het hem zou vernietigen.
Elena kwam voorzichtig dichterbij. “Señor Cárdenas…”
“Kom naar beneden.”
Haar stem was hees.
Ze bleef een paar stappen verderop staan.
“Ik hoorde een kind.”
Hij klemde zijn tanden op elkaar.
“Je hoorde pijpen. Oud hout. Geluiden van donder.”