“Als je deze nacht overleeft, Camille, zul je eindelijk begrijpen dat een vrouw haar man niet trotseert.”
Dit waren de laatste woorden van Adrien Valmont voordat hij de keldert deur op slot deed.
Camille lag op het ijzige beton onder hun landhuis in Neuilly-sur-Seine, haar lip gescheurd, haar ribben brandden, haar shirt was gescheurd, ze wist niet of ze beefde van pijn of van angst.
Drie uur lang had de man die haar trouw had beloofd in het bijzijn van notarissen, politici en de hele Parijse high society haar geslagen alsof ze geen vrouw meer was, maar een obstakel.
Zie meer over
familie
.
Hij had geen dokter of de hulpdiensten gebeld.
Hij had het personeel opdracht gegeven te zeggen dat mevrouw aan het rusten was.
En dit alles voor Léa.
Léa Marchand, 28, met een stralende glimlach, een onberispelijk kapsel en een zielige, gewonde blik wanneer het haar uitkwam. Adrien had haar bij hen thuis aangenomen als ‘directieassistent’, met de bewering dat ze het moeilijk had.
Camille had al lang begrepen dat dit meisje er niet was om dossiers te archiveren.
Maar die avond werd alles duidelijk.
Léa had zich van de trap in de vestibule gestort, een vaas van Sèvres omgestoten en geschreeuwd dat Camille haar had geduwd.